'coverstories' |
||||
|
Midden 1993 werd ik gebeld door David Elders. Wij kenden elkaar in eerste instantie door toedoen van zijn vader, zagen elkaar begin jaren 80 wel eens op de Universiteit van Amsterdam waar David filosofie als hoofdvak, ik een aantal bijvakken in die richting studeerde. Van de mededeling dat hij begrafenisondernemer was geworden sloeg ik min of meer stijl achterover. Hij stelde voor om tijdens een etentje die wending te verklaren en kondigde in het verlengde daarvan vast aan dat hij zat met een lastig verzoek. Bij de Spanjaard maakte mijn aanvankelijke gegiechel over zijn malle beroepskeuze snel plaats voor begrip: zijn gefundeerde, vanuit humaan oogpunt totaal nieuwe benadering van de omgang met de dood getuigde van moed, dwong respect af, overrede onmiddellijk, kortom. En trouwens, wat had ik, die zelf de kunstgeschiedenis voor de praktijk had ingewisseld er nou eigenlijk over te zeggen. Daar wilde ik het nou net met je over hebben, zei David, ervan op de hoogte dat ik het doek inmiddels voor panelen had verruild. Denk jij dat je een kist zou kunnen beschilderen? Hij meende dat het van belang was ook in dat opzicht alternatieven aan te dragen. Een fantastisch idee, vond ik, zelf ooit drastisch geconfronteerd met de anonimiteit van de gangbare kist (Wie zegt dat híj erin zit?). Een rozenbed, wist ik, we speculeerden nog wat maar bleven bij de eerste, meest zuivere associatie: het eerbetoon aan de geliefde. Ondanks de vele omzwervingen, de regelmatige navraag en het feit dat hij twee kleine Eldersjes tegen een over hen heen vallende boekenkast heeft beschermd gaat de rozenkist zijn veertiende levensjaar in. Wel is hij ooit - in andere kleuren - opnieuw gemaakt, op verzoek. Dat geldt voor een aantal van de twaalf in 1995 tentoongestelde kisten. Toch is sinds die tijd het merendeel van de schilderingen naar de specifieke wensen van opdrachtgevers uitgevoerd. Van particulieren veelal, een enkele bemiddelaar, soms via David die ik op mijn beurt af en toe aan de bij een bestelling horende toekomstige nabestaanden koppelde. Niet lang geleden kwam hij daardoor in de benarde positie terecht het met symbolische verwijzingen overladen deksel van de oven te redden om het zo onopvallend mogelijk - de treurende menigte had wat voorsprong mogen of beter moeten nemen - weer naar de plaats van vertrek terug te vervoeren: voor de nabestaande vertolkte het een dierbare herinnering, die zou te zijner tijd in de vorm van een eenvoudig meubelstuk voortbestaan. En deed zich ooit de onthutsende samenloop van omstandigheden voor dat het lichaam van een onverwacht overledene, na inspectie, tegelijkertijd met de beschilderde kist voor de huisdeur arriveerde. Reden voor mijn vaste transportbedrijf van deur tot deur, wagen met chauffeur die kistenritjes voor gezien te houden. Wrang hoeft niet altijd triest te zijn. We hebben veel plezier gehad met en om de man die twijfelde of hij zich niet toch zou laten cremeren omdat hij zo benieuwd was wat dat inclusief ve(r)rassing nou eigenlijk inhield. Die viel nogal tegen, dus werd het een begrafenis, een van de weinige waarbij ik aanwezig ben geweest, wel naar toe moest - zo meende een vriend - al was het, los van het feit dat ik in die paar maanden voor zijn overlijden vrij veel met deze man was omgegaan, alleen om te zien of het werkte. Dat deed het. Je bent heel wat verhuisd in je leven, dit keer heb je er werkelijk een kunst van gemaakt, zoiets mompelde een van de vrienden die beurtelings, bij wijze van afscheid, iets tegen de centraal opgestelde kist konden zeggen. Zijn opdracht was dan ook tamelijk gedetailleerd geweest. Zeven geslachtsloze engelen moesten op de kist komen te staan. Liever geen baby-achtigen, peuters genoten de voorkeur. Vanuit een donkere diepte zweefden zij naar het licht rond zijn hart. Een drietal torste diverse aan voor hem belangrijke gebeurtenissen verbonden etenswaren met zich mee, verwijzingen waarmee anderen vertrouwd waren: de uitgekiende voorstelling stelde hem onmiskenbaar aanwezig, hij was samengevallen met zijn laatste verhaal. Zon uitgesponnen beeldtaal vereist regelmatig overleg (engeltje meer of minder), bezoek (welke kleuren overheersen het interieur, bevalt de schets) en - voor zover mogelijk - wederbezoek. Oog in oog met het onontkoombare brengt het bezichtigen van de schildering in wording vaak een verwrongen sfeer met zich mee (Aan dat ligbad had ik meer plezier gehad.). Menigmaal is uitgerukt naar de avondmarkt om nog maar een fles wijn te halen, ook om daarmee de gelegenheid te bieden tot onderlinge bespreking of emotionele ontlading. Een zeldzame verhouding ontwikkelde zich met het levenslustige echtpaar dat een boek bestelde: regelmatig belandden wij in een restaurant, werd een hoop pret gemaakt tot ver na middernacht, zonder het onderwerp uit de weg te gaan. De man wilde graag een eigen tekst, naar aanleiding en met behoud van een deel van het voorbeeld. De bestelling kwam binnen op het moment dat een duplicaat van de rozen werd begraven. Ongeveer twee weken later zou ik naar het buitenland vertrekken. Eerder was een opdrachtgever overleden op het moment dat ik in een vliegtuig zat, de kist nog niet eens had besteld. Dat gebeurde na terugkeer alsnog: zijn echtgenote wilde dat zijn wens werd doorgezet, heeft nu een kast aan de muur, een tafeltje ertegenover. Ooit zal ze zich met deze personificatie verenigen. Met dit verhaal op de achtergrond en om te vermijden halsoverkop uit het buitenland terug te moeten keren besloten we direct tot actie over te gaan. Ik was al een eind met het inkleuren van de woorden gevorderd toen op een vrijdagmiddag de derde kist in een termijn van drie weken werd aangekondigd. Een uitvaartwinkel had contact met een man die van plan was in het weekend of de maandag erna een einde aan zijn leven te maken. Niet ziek, geen lichamelijke noodlottigheid in ieder geval. Drie keer eerder had hij zijn pogingen tot zelfdoding zien mislukken. In een of ander tijdschrift vermoedelijk had hij de kist met de engelen gezien. Daar wilde hij eind van de komende week in begraven worden. Het klonk tamelijk bizar. Toch kon ik niet weigeren de mensen (die jongen, een vriend en een afgezant van de winkel) die avond langs te laten komen om te kijken of engelenkist no. 2 misschien was wat hij zocht. De zich aan de ruimte vastklampende lijfjes leken niet op wat de jongen in gedachten had, de figuren keken ook niet echt. Hij wees naar de lucht van het hondenkistje, een mengsel van turquoise en lichte oker, afgezet tegen een dieper blauw. Die tinten genoten zijn voorkeur. In de andere schilderingen kon hij zich niet vinden: de korenaren waren te eenzijdig van kleur, de herfstbladeren te bont, de witte lelies te zoet. En natuurlijk hadden deze composities niets met engelen te maken. Hij had zijn zinnen gezet op de in opdracht geschilderde kist die jaren tevoren was begraven. Bijna honderd uur had ik daaraan gewerkt. In dit geval moest de bak dinsdag klaar zijn, het deksel zou donderdagochtend worden opgehaald. Het hele ding nogmaals schilderen was voor mij nogal vervelend. Bovendien was het wat betreft tijd absoluut niet haalbaar. Ik stelde
voor om wat fotos te bekijken om te bepalen hoe ik aan deze verlangens
tegemoet zou kunnen komen. De oorzaak? De redenen van zijn besluit? Aan
dat soort vragen bleek duidelijk geen behoefte. In het stellen ervan lag
mijn taak ook niet, hooguit die van de bemiddelaar en zijn winkel. Ik
kon alleen vertellen wat er mogelijk was binnen die paar dagen. In plaats
van zeven over de hele kist verspreide engelen suggereerde ik een effen
blauwe doos. Alleen op het deksel, waarvoor wat meer tijd, konden wat
wezentjes Dat beeld stelde hem gerust en - voor zover van toepassing - tevreden. Zaterdagochtend reed de bekende zwarte auto voor. Die avond kon de omtrek van de figuren geschilderd worden. Het blauw volgde zondag. Daarnaast werd aan het boek doorgewerkt. Tot het donker werd, de volgende dag, de rest van de week zo verder. Dat was de opzet. Maandagmiddag,
de engelen zaten vrijwel helemaal in de verf, sprak iemand van de winkel
een boodschap in het antwoordapparaat. Er werd gemeld dat ik met het werk
moest stoppen: de samenzwering was uitgelekt, de poging bij voorbaat verijdeld.
De vakantie wegens drukte inmiddels geannuleerd. Een tweede exemplaar is een zeer kort bestaan boven de grond beschoren geweest. Begin dertig was de man die op de avond voorafgaande aan zijn verjaardag plotseling overleed. Een vriendin van zijn vriendin nam contact met mij op en kwam vervolgens een kijkje nemen. Nadat een eerste keuze was gemaakt zouden beiden terugkeren om details door te nemen. Een normale gang van zaken, altijd even verontrustend en pijnlijk. Om het gesprek te vergemakkelijken was maar weer eens een fles wijn aangeschaft. Bij de eerste aanblik van het duo raakte ik enigszins van slag. De zeer tengere vriendin bracht een weduwe mee die ongeveer net zo smal was als zij maar bijna twee keer zo lang. Ze namen na enige tijd nerveus te hebben rondgewandeld zij aan zij plaats, glas in de hand. Ongelukkigerwijs zo, dat het licht van de even later aanschietende lamp dwars door de enorme zeiloren van de weduwe heen scheen. Ha, nog twee lampjes, schoot mij van de zenuwen te binnen. Uiteindelijk bleek dat de keuze was gevallen op een rechthoekige kist, het boek wederom. Alleen de rug behoefde een titel. Dat was overzichtelijk. Het probleem lag hierin dat de overledene ruim honderdtwintig kilo woog. Ik wist niet meer waar ik het moest zoeken, vloog excuses sputterend richting wc, dit keer met een visioen van het voormalige echtpaar voor ogen. Ook bleek - na telefonisch onderhoud met de fabrikant - dat een kist in de benodigde breedte niet voorradig was, speciaal moest worden vervaardigd, waaraan pas na het weekend - ook deze afspraak viel op een vrijdag - kon worden begonnen. Waardoor de tijd om eraan te werken - de nacht meegerekend - werd gereduceerd tot hooguit anderhalf etmaal. De paar woorden konden vast worden gezet en, maandagmiddag, uitvergroot. Grondverf en zijdeglans - acryl dit keer, vanwege het droogproces - werd voldoende aangevuld. In afwachting van de kist kroop ik met verschijnselen die duidden op een gemeen griepje, het bed maar weer in. Hoe het ooit is gelukt om het enorme ding op tijd af te krijgen is me achteraf een raadsel. In de vreemdste bochten heb ik er al schuddend van de rillingen boven en voor gehangen. Zoiets als nadenken bestond niet meer waardoor tot overmaat van ramp in plaats van links, rechts met de lijnen die de drie vlakken in paginas verdeelden werd begonnen en dus andersom moest worden gewerkt. Het is ook een oud boek, vergoelijkte ik, toen werd opgemerkt dat de bladzijden er wat verkreukeld uitzagen. Zoals alle voorgangers was ook deze doos door het raam gekomen, zou die daar ook weer door vertrekken. Een vreemde manier van doen vonden buurtbewoners aanvankelijk, in de veronderstelling dat hier een soort mortuarium was gehuisvest. Dit keer stonden we er met zn drieën voor. De klus was echter dermate zwaar dat de chauffeur de zaak hoedanook onmogelijk achtte (Hoe krijgen we hem hier nou ooit nog in?), mijn vijftig kilo spontaan instortte en de kist halverwege bleef steken. Extra hulp was nodig om het geval de wagen in te krijgen. Het boek,
het is naar verhouding een veelgevraagd model. Zo zijn er ook motieven
die een bepaalde voorkeur genieten: zonnebloemen, korenveld en klaprozen
- de laatste twee vaak in combinatie. Model en thema ontmoetten elkaar
in het exemplaar dat enkele maanden geleden werd afgeleverd.
|
|||||
|
|
|||||